Bloemen en insecten

CC0

Kunstenaar / maker

Jan Davidsz. de Heem (schilder)

Periode

17de eeuw
Deze magistrale bloemenguirlande is aan weerszijden met blauwe strikken opgehangen aan robuuste nagels. Met een subtiel gevoel voor kleur, belichting en dieptewerking heeft schilder De Heem een grote verscheidenheid aan bloemen en planten bij elkaar gevlochten: rozen en tulpen, maar ook gentiaan, anemoon, goudsbloem, klaproos, komijn, klimop, een maïskolf en tarwearen. Bovenaan links hangen rijpe kersen aan een twijgje. Een…
Lees meer
Deze magistrale bloemenguirlande is aan weerszijden met blauwe strikken opgehangen aan robuuste nagels. Met een subtiel gevoel voor kleur, belichting en dieptewerking heeft schilder De Heem een grote verscheidenheid aan bloemen en planten bij elkaar gevlochten: rozen en tulpen, maar ook gentiaan, anemoon, goudsbloem, klaproos, komijn, klimop, een maïskolf en tarwearen. Bovenaan links hangen rijpe kersen aan een twijgje. Een sprinkhaan, een atalanta en een koolwitvlinder, een rups, een kruisspin en andere insecten bevolken de microkosmos. Uit de witte roos kruipen mieren. De traditionele symboliek die met geschilderde bloemen in verband wordt gebracht, is dat ze toeschouwers herinneren aan de kortstondigheid van het leven. In vanitas-taferelen komen ze voor met andere objecten die voor sterfelijkheid staan, zoals een schedel, kaars en zandloper. Omdat ze bloemen en vruchten aantasten, zinspelen ook sommige insecten op de vergankelijkheid. De maïskolf staat dan weer symbool voor de verrijzenis en de klimop verwijst naar het eeuwig leven. Of de bloemen en de vruchten door De Heem bewust als religieuze symbolen werden geschilderd, is niet duidelijk. Er is geen tekst die deze uitdrukkelijke betekenis expliciteert en er zijn geen begeleidende objecten die een welbepaalde en ondubbelzinnige symboliek met zich meedragen. Veel 17de-eeuwse toeschouwers waren in elk geval vertrouwd met dergelijke symbolische betekenissen, waardoor ze wellicht ook de religieuze dimensie in beschouwing namen. Dit sluit niet uit – het succes van bloemstukken als deze maakt dit duidelijk – dat men ook ‘gewoon’ genoot van de schoonheid en kleur van virtuoos geschilderde bloemen. De haarfijne schildering, het geraffineerde kleurenpalet, het subtiele lichtspel en de grote diversiteit aan bloemen, vruchten en insecten maken van De Heems schilderij een meesterwerk. De rozen en tulpen doemen op uit het duister en lijken uit de schilderijlijst uit te steken. Door een deel van de afgebeelde bloemen in de schaduw te plaatsen bereikte de schilder een driedimensionaal effect. De guirlande getuigt dan weer van de transformatie die geschilderde bloemstukken in loop van de 17de eeuw ondergingen. De frontale en symmetrische composities met gelijke belichting, als catalogi van individuele bloemen, maakten geleidelijk aan plaats voor boeketten met meer diepte en contrast tussen licht en schaduw. De bloemstukken werden asymmetrischer en de bloemen gingen elkaar ook overlappen. Het creatieve proces en de opbouw-in-lagen bij De Heem verliepen complexer dan bij zijn voorgangers. Een beeldtechnische analyse die uitsluitsel geeft over de pigmenten in de verschillende verflagen (Macro X-ray fluorescence scanning of MA-XRF) toont aan hoe minutieus de schilder de compositie heeft gepland. Hij schilderde zijn bloemenfestoen op een fijngeweven doek. Deze drager kreeg eerst een rode grondtoon met daarbovenop een grijze verflaag die de rode grond nog liet doorschemeren. De Heem duidde het volume van de bloemenslinger vervolgens aan met groene verf. Daarna gaf de kunstenaar de belangrijkste bloemen hun plaats met monochrome kleurvlakken. De roze roos en de twee tulpen aan de linkerzijde, en de rode bloem op rechterzijde schilderde hij boven op een intense, vermiljoenrode ondertoon, en de pioenroos en de twee tulpen aan de rechterzijde boven op een donkerrode bordeauxkleurige doodverf. Eenzelfde cirkelvormig kleurvlak is te zien onder de kleine paarse bloempjes in het bovendeel links. Pas na het drogen van de doodverf van deze grote kleurvlakken werkte De Heem de afzonderlijke elementen verder uit met opeenvolgende transparante en dekkende verflagen. Met de kleur van de achtergrond of de achterliggende elementen reduceerde hij de omtrek van de grote bloemen en gaf ze hun definitieve vorm. De rozen en tulpen werden veelal nat-in-nat uitgewerkt. In het laatste stadium bracht de schilder nog enkele witte accenten aan op de randen van de bloemblaadjes. Met de kleinste bloemen, bladeren, stengels en insecten vervolledigde hij het geheel. Finaal bracht hij nog enkele minimale wijzigingen aan; zo veranderde hij de positie van de blauwe strikken en sommige takken. De Heem schilderde stillevens met boeken, muziekinstrumenten, bloemenvazen, guirlandes en fruit. Zijn composities werden naarmate de tijd vorderde kleurrijker en virtuozer. Van Frans Snijders en Adriaen van Utrecht nam hij de ruimtelijke dynamiek over. Ook de intense kleuren en de vernieuwende composities van Gerard Seghers beïnvloedden zijn werk. Fred Meijer (RKD) situeert deze bloemenguirlande in de eerste helft van de jaren 1660. Het schilderij sluit onder meer aan bij een guirlande in Schwerin (Staatliches Museum, inv.nr. G 156) en bloemen in een vaas in Cambridge (Fitzwilliam Museum, inv.nr. 1487) uit die periode. De Heem was een van de meest gewaardeerde stillevensschilders van zijn tijd. Samen met Jan Brueghel en Seghers droeg hij wezenlijk bij tot de ontwikkeling van het bloemstilleven.
Lees minder

Meer over dit werk

Kenmerken
Kunstenaar / maker Jan Davidsz. de Heem VIAF RKD Wikidata
Type schilderij
Categorie schilderij
Materiaal
olieverf op doek
doek[drager]
Afmetingen 49,4 × 66,7 cm
Locatie In depot / in bruikleen
Objectnummer 54
Beschrijving
Onderwerp stillevens
Trefwoord insecten Iconclass
Vlaamse Kunstcollectie - NL

Your browser doesn't meet the minimum requirements to view this website. The browsers below are compatible. If you do not have one of these browsers, click on the icon to download the preferred browser.