Een Jodenfamilie beschuldigd van het helen van religieuze voorwerpen en gemarteld door de Inquisitie

Public Domain

Periode

19de eeuw
Aan het begin van de negentiende eeuw loopt in de Zuidelijke Nederlanden het neoclassicisme op zijn einde, terwijl de romantische schilderkunst haar opgang maakt. De romantische schilders verzetten zich tegen de koelheid van het beredeneerde neoclassicisme. De klassieke canons werken beperkend op de uiterlijke vormen en leiden tot een zogeheten ideale, maar kille en levenloze, schoonheid. Deze wordt in de…
Lees meer
Aan het begin van de negentiende eeuw loopt in de Zuidelijke Nederlanden het neoclassicisme op zijn einde, terwijl de romantische schilderkunst haar opgang maakt. De romantische schilders verzetten zich tegen de koelheid van het beredeneerde neoclassicisme. De klassieke canons werken beperkend op de uiterlijke vormen en leiden tot een zogeheten ideale, maar kille en levenloze, schoonheid. Deze wordt in de romantiek vervangen door een expressieve schoonheid die vol zit van leven en emotie. De tekening wordt expressiever, de kleuren opvallender en de licht-donker contrasten groter. Het ontstaan van een Belgische staat in 1830 betekent de definitieve doorbraak van de Belgische romantische schilderkunst. De gevoelens van triomf om de pas verworven onafhankelijkheid kunnen niet beter worden vertolkt dan in een romantische vormentaal. De onafhankelijkheidsverklaring vergroot ook de interesse voor het nationale verleden. Vooral de zestiende eeuw kent heel wat belangstelling. Ook Gallait laat zich bij vele schilderijen inspireren door deze periode. Zo bijvoorbeeld in de werken Troonsafstand van Karel V (1838-1841) en Laatste hulde aan de graven Egmont en Hoorn (1851). Jodenfamilie beschuldigd van het helen van godsdienstige voorwerpen verbeeldt een dagvaarding voor de Inquisitie, een soort rechtbank van de Rooms-Katholieke kerk die belast is met het opsporen, het ondervragen en het straffen van ketters. Voor dit tafereel heeft Gallait ongetwijfeld ook zijn inspiratie gevonden in de zestiende eeuw. Dan groeit in Vlaanderen immers een groot verzet tegen deze geloofsvervolgingen. Een joodse familie, bestaande uit een oude man, twee vrouwen en twee kinderen, is naar het tribunaal gebracht waar ze het verdict van de inquisiteur zal te horen krijgen. Op de voorgrond liggen de gestolen godsdienstige voorwerpen. Van bovenuit valt het zonlicht via een opening in het dak op de figuren. Het belicht en accentueert de uitdrukkingen op de gezichten. De oude man laat ontmoedigd het hoofd hangen. De moeder houdt de ogen gesloten om zich af te sluiten van het verschrikkelijke gebeuren terwijl ze haar kind beschermend vasthoudt. Achter haar kijkt het tweede kind met verschrikking en angst op naar de hardhandige soldaat. Maar de grootste aandacht gaat uit naar de vrouw in het midden. Tevergeefs smeekt ze de inquisiteur om barmhartigheid. Tevergeefs smeekt ze de inquisiteur, die onverschillig het hoofd heeft afgewend, om barmhartigheid. Het licht, dat de hele figuur van de vrouw doet oplichten, versterkt nog de dramatiek van haar smeekbede.
Lees minder

Meer over dit werk

Kenmerken
Type olieverfschilderijen
Categorie schilderingen AAT
Materialen
olieverf op doek
olieverf AAT , doek AAT
Afmetingen 27.4 x 38.9 cm
Locatie In depot
Objectnummer 1885-B
Vlaamse Kunstcollectie - NL

Your browser doesn't meet the minimum requirements to view this website. The browsers below are compatible. If you do not have one of these browsers, click on the icon to download the preferred browser.