home
 

Het borstbeeld in de Nederlanden 1600-1800

Inleiding



Artus I Quellinus, Luis Francisco de  Benavides Carillo de Toledo, markies van Caracena,
landvoogd van de Spaanse Nederlanden
, 1664, 
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, inv. 701




Vandaag de dag is er misschien minder belangstelling voor, maar lange tijd werden busteportretten als een bijzonder prestigieuze kunstvorm beschouwd. En dat liet zijn sporen na in de collecties van de Vlaamse musea. Namen zoals Artus I Quellinus en François Duquesnoy zullen weinigen bekend in de oren klinken, maar in hun tijd genoten deze beeldhouwers haast evenveel internationale faam als hun schilderende collega’s (Rubens, Van Dyck, Jordaens). Zij behoorden tot de selecte kring van kunstenaars die een eigen artistieke canon ontwikkelden en daarmee een stempel drukten op de Europese beeldende kunsten.

Deze webpublicatie verschijnt naar aanleiding van de tentoonstelling Voorbeeldige busten (12 september – 14 december 2008) in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Centraal staat het borstbeeld in de Nederlanden in tijdens de periode 1600-1800. Het is de eerste overzichtstentoonstelling van monumentale baroksculptuur sinds het Rubensjaar in 1977. Voorbeeldige busten kadert in een reeks van tentoonstellingen van de Vlaamse Kunstcollectie. Dat is het samenwerkingsverband tussen het Groeningemuseum Brugge, het Museum voor Schone Kunsten Gent en het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. De bedoeling van de tentoonstellingenreeks is een ruimere bekendheid geven aan de rijkdom en de variëteit van het Vlaamse kunstpatrimonium.

Net zoals de tentoonstelling wil deze webpublicatie de lezer/kijker uitnodigen om de virtuositeit van enkele barokbeeldhouwers uit de Nederlanden opnieuw te leren kennen en waarderen. In een eerste hoofdstuk komen enkele hoogtepunten van de portretsculptuur in de Nederlanden tijdens de zeventiende en achttiende eeuw aan bod. Adellijke gezagsdragers, vooraanstaande burgers en kunstenaars lieten zich vereeuwigen, nog het liefst in kostbaar wit marmer. In het tweede deel illustreren enkele schilderijen en een prent uit de musea van de Vlaamse Kunstcollectie het belang van de klassieke oudheid als inspiratiebron voor de portretsculptuur en de beeldende kunsten in het algemeen na 1600.