home
 

Uitvinding van de windmolen




Het onderschrift van deze prent meldt: ‘Een molen met wieken die nu aangedreven wordt door de wind, was naar men zegt, onbekend voor de Romeinen’. In tegenstelling tot de watermolen, sluit het onderschrift wel aan bij de historische waarheid. De eerste windmolens zijn gekend rond het jaar 1000 in Noordwest Frankrijk, Vlaanderen en Zuid-Engeland. Eigenlijk zijn dit watermolens geplaatst op een centrale paal waarbij het waterrad vervangen is door wieken. Daarom worden deze exemplaren ook wel geïnverteerde molens genoemd. De oudste bekende en onbetwistbare windmolenvermeldingen in Nederland dateren van circa 1180.


Stradanus toont in deze prenten twee types van windmolens.

Op het middenplan zijn houten vierkante molens te zien, terwijl meer naar de achtergrond torenmolens te zien zijn. Dit zijn middeleeuwse molen met een cilindrisch opgemetselde romp.



De bedrijvigheid in de prent kan aantonen dat het hier om actieve molens gaat. De traditionele windmolens draaien met de wieken tegen de wijzers van de klok in als men voor de molen met het gezicht naar de wieken staat. Proefondervindelijk heeft men vroeger ontdekt dat op deze manier de molens het beste draaien. Dit is mede bepaald door de algemene windrichting.


De stand van de wieken van een passieve molen is echter niet zonder betekenis. De diagonale kruisstand is de ruststand komt voor wanneer een molen voor lange tijd niet meer gebruikt wordt. Deze stand voorkomt het doorhangen. Wanneer de wiek echter voor de romp staat, is dit een symbool voor verwachtingen en vreugde, bijvoorbeeld voor een geboorte of huwelijk.