home
 

Portret

Volgens de legende van de uitvinding van de tekenkunst verteld door Plinius, tekent Dibutades het silhouet van het hoofd van haar geliefde op basis van zijn schaduwbeeld. De mythische eerste tekening was dus een portret. Toch neemt binnen de hiërarchie van de schilderkunst het portret door de eeuwen heen geen prominente plaats in. In de kunsttheorie van de zeventiende eeuw wordt het genre zelfs met enige minachting bejegent. Zo stelt Karel van Mander dat het ’loutere conterfeyten naer ’t leven’ op zijn best een uitstekende oefening is maar het uiteindelijk slechts een mechanisch werk, de ware kunstenaar onwaardig.

Bijna twee eeuwen later op het einde van de achttiende eeuw is deze visie nog niet veranderd. Deze minderwaardige status speelt echter in het voordeel van de ontwikkeling van de portretkunst in het neoclassicisme. De historieschilderkunst is de hoogst gewaardeerde discipline die binnen de academie aan strikte regels is onderworpen. De beperkte interesse voor het portret vanuit de academische wereld, maakt dat kunstenaars hierin een grote vrijheid genieten. Ook de opkomst van de burgerij aan het einde van de achttiende eeuw bevordert de evolutie van de portretkunst. Deze sterk individualistische klasse toont weinig interesse voor de historieschilderkunst, maar laat zich wel graag portretteren.

De Salons bieden aan de kunstenaars een forum om hun werken voor een groot publiek tentoon te stellen. De portretten zijn daar aanwezig om de bezoekers aan te zetten zich te laten portretteren. Zulke opdrachten vormen een niet te verwaarlozen inkomstenbron voor de schilders.
Omdat de portretkunst niet onderhevig is aan strikte academische regels en er een grote vraag naar zulke werken is vanuit de burgerij, kent dit genre een enorme bloei en vernieuwing binnen de neoclassicistische periode.