home
 


Nova Reperta

De titel Nova Reperta verwijst naar nieuwe ontdekkingen die deel uitmaken van de renaissancecultuur. Deze uitvindingen omvatten niet enkel voorwerpen, maar ook onverwachte vindingen - zoals de ‘toevallige’ ontdekking van Amerika. De Latijnse term ‘repertum’ dekt beide betekenissen. ‘Nova’ betekent in deze reeks dat de ontdekkingen en uitvindingen nieuw zijn ten op zichte van de kennis van de antieke oudheid. De opschriften onder de prenten benadrukken dit, ook al druist dit soms in tegen de historische waarheid.







De prentreeks kan rond 1590 gedateerd worden en is gecreëerd in twee fasen, dit kan afgeleid worden van de compositie van de Frontispice. De uiteindelijke serie omvat twintig prenten. Het eerste idee was nieuwe vindingen in beeld te brengen rond het centrale thema van de ontdekking van Amerika. Met de verdubbeling van het aantal taferelen, wordt ook die idee verruimd. Zo vormen vier thema’s de basis van de iconografie: de ontdekking van de Nieuwe Wereld, de overwinning op materie en beweging, de rationalisering van de landbouw en de mechanisering van woord en beeld. De reeks verkrijgt hierdoor een nieuwe onderverdeling. De ontdekking van Amerika is vertegenwoordigd door de ontdekking van het nieuwe continent door Amerigo Vespucci, de uitvinding van het kompas, de ontdekking van guaiacum tegen venerale ziekten, de ontdekking van de bepaling van lengtegraden en de ontdekking door Vespucci van het Zuiderkruis. De overwinning op materie en beweging wordt geïllustreerd door de uitvinding van het buskruit, het mechanische uurwerk, de distillatietechniek, de stijgbeugel, de water- en windmolen, en de poetstechniek voor wapens en harnassen.

Onder de categorie van de rationalisering van de landbouw valt de ontwikkeling van productieprocessen voor de aanmaak van zijde, olijfolie en suiker. De uitvinding van de boekdrukkunst, de olieverf, de bril en de kopergravure betekenen een verbeterde productie en verspreiding van woord en beeld. Al deze vindingen zijn ook nog op een andere manier onderling gerelateerd. Dit onderlinge verband vindt zijn basis in de overwinning of beheersing van de vier elementen – Water, Vuur, Aarde en Lucht -, als ook van de tijd door het uurwerk en de drukpers, van de ruimte door het kompas en het geluk door navigatie-instrumenten. Op deze wijze is de gehele reeks een hommage aan de ‘homo universalis’ in het bijzonder en aan de renaissancecultuur in het algemeen. Om dit in beeld te brengen vindt Stradanus vooral inspiratie in verslagen van reizen en geografische ontdekkingen uit de vijftiende en zestiende eeuw, zoals het boek van Antonio Pigafetta, gezel van de ontdekkingsreiziger Magelaan.