home
 

In Brugge

In dezelfde jaren biedt Brugge andere en betere mogelijkheden tot vernieuwing dankzij de persoonlijkheid van Matthias de Visch (1702-1765), directeur van de academie tot aan zijn dood. Deze schilder reist voor de voortzetting van zijn opleiding naar Parijs en Italië waarvan hij in 1732 terugkeert. Bezield door een ware pedagogische roeping, geeft De Visch thuis les vanaf 1735 en heropent hij de Brugse academie in 1739. De Visch vervult zijn functie met groot talent, stoelend op zijn buitenlandse ervaringen.


Jan Anton Garemijn, Het Pandreitje in Brugge, 1778. Groeningemuseum Brugge  

Een van zijn bekendste leerlingen is Jan Anton Garemijn (1712-1799), die echter zeer traditioneel blijft werken. Hij richt zich naar de traditie en het verleden zonder grote belangstelling voor nieuwe invloeden. Garemijns artistieke persoonlijkheid is representatief voor de periode, die als grootste cliënteel de Vlaamse gegoede burgerij heeft. Hij schildert volkse figuren, vrolijke scènes en genretaferelen in een kleurig palet. Hij behandelt alle genres maar in alle werken blijft de lichtvoetigheid en het decoratieve primeren. Het onderwijs en de ingesteldheid van De Visch heeft een heel ander effect op Joseph Benoît Suvée. Reeds als achtjarige jongen komt Suvée onder de hoede van De Visch als leerling aan de Brugse academie. De openheid van De Visch moet een grote indruk gemaakt hebben op en stimulans geweest zijn voor de jonge Suvée. Zijn opleiding in Brugge is succesvol en maakt in 1763 zijn vertrek naar Parijs mogelijk.