home
 

Gewaadstudie

Binnen het reglement voor de Académie de France somt Joseph Benoît Suvée als directeur van die instelling, de verschillende studieonderdelen op, die elke pensionaire in Rome moet volgen. Na de studie van levend en naakt model en naar antieke sculpturen volgt ’celle du drapé’, de gewaadstudie. Voor de studie van de kleding en vooral de plooienval van de stoffen wordt geen beroep gedaan op een levend model. Suvée heeft hiervoor al in Parijs mannequins laten maken, evenals kleding ’les plus utilisez chez les Grecs et les Romains’. Dat Suvée dit als een belangrijk onderdeel van de opleiding voor jonge kunstenaars beschouwt blijkt uit de volgende uitspraak:


… des mannequins furents faits, ainsi que des vêtements pour les vêtir, et parce [on eut le] moyen d’accoutumer les jeunes artistes à disposer avec intelligence et un goût assuré leurs draperies. Cette partie de l’art, trop négligée dans le dernier siècle, a peut-être plus qu’on ne pense contribué au déclin de l’art en France.
Volgens Suvée is in Frankrijk enkel Nicolas Poussin goed in de weergave van drapering en kleding. Verder wijst hij erop dat de Italiaanse school zich al een eeuw vroeger bewust was van het belang van de gewaadstudie.

Wanneer Suvée naar Rome vertrekt om er zijn post als directeur effectief in te vullen, laat hij heel wat materiaal in kisten met een apart transport overbrengen. Omwille van slecht weer worden de kisten in Genève opgehouden. Gezien het hoofd van de politie bericht krijgt dat ‘les caisses contenaient de la contrebande, et des tronçons de cadavres’ wordt een deel van de kisten geopend. Dankzij dit voorval zijn de paklijsten van kisten met de mannequins bewaard gebleven. Naast enkele boeken, bevinden zich in drie kisten materiaal voor de studie van het ‘drapé’. De lading omvat zowel mannelijke als vrouwelijke mannequins en kleding in verschillende kleuren: rood, geel blauw en wit. Opmerkelijk is de vermelding van ‘un [mannequin de femme] est revêtu ou enveloppé d’une de mes chemises; il s’y trouve de plus tous les vêtements de mon tableau de Coligny...’. Het gaat om De dood van admiraal de Coligny, dat op 7 mei 1786 door de Direction des Bâtiments besteld en in 1787 op de salon te Parijs tentoongesteld wordt. Hiermee wordt aangeduid dat Suvée zelf ook gebruik maakt van de studie van kleding op mannequins ter voorbereiding van een geschilderde compositie.