home
 
De uitvinding van de stijgbeugel


Het onderschrift duidt het belang van deze uitvinding: ‘Na de voet op de grond gezet, zijn de ruiters snel verkwikt eens ze terug op het paard stijgen, de stijgbeugel bevrijdt hen van hun lijden.’
De stijgbeugel zou ‘uitgevonden’ of eerder ontdekt zijn vlak voor de slag bij Poitiers in 732. Frankische krijgers te paard ondervinden dat ze door dit hulpmiddel vaster in het zadel zitten en beter hun wapens – bijlen, haaksperen en zwaarden – kunnen hanteren zonder hun evenwicht te verliezen. Zo kunnen ze de Moren wegrukken van hun paard zonder zelf te vallen. In die zin is de stijgbeugel een cruciale uitvinding binnen de militaire geschiedenis, die het gebruik van buskruit voorafgaat. 


 



De uitvinding van de stijgbeugel gebeurt vrij laat, gezien paarden al getemd worden door de mens rond 4500 voor Christus. Een eerste voetondersteuning, in de vorm van een teenlus bestaat sinds 500 voor Christus in India. Later wordt een enkelvoudige beugel gebruikt voor het opstijgen bij het nomadische volk, de Samaritanen. De uitvinding van een solide zadel, bevordert de ontwikkeling van de stijgbeugel zoals deze nu bekend is. Vanaf de achtste eeuw zouden stijgbeugels in Europa algemeen in gebruik zijn. Mogelijk is deze uitvinding opgenomen in de Nova Reperta om het Europese primaat op militair vlak te duiden. Net als de kanonnen vergemakkelijkt de stijgbeugel het oorlogvoeren, zoals aangetoond wordt door de figuur, die op de prent met een lans in de hand in de stijgbeugels staat.