Skip Navigation Links

Poortersloge

De collectie van het Groeningemuseum heeft haar oorsprong in de verzameling van de Academie voor teken- en schilderkunst die in 1717 in Brugge werd opgericht en werd gevestigd in de Poortersloge. Brugse kunstenaars moesten volgens de statuten allemaal een kunstwerk aan de Academie geven, waardoor snel een rijke collectie ontstond.

Helaas brandde het academiegebouw met de verzameling die daar werd bewaard in 1755 volledig af. De regel bleef echter bestaan en zo vormde zich een nieuwe collectie voornamelijk bestaande uit 18de eeuwse Brugse kunst. Ook oud-leerlingen van de Academie bleven als blijk van waardering kunstwerken schenken, waardoor een rijke collectie kunstwerken van neoclassicisten kon ontstaan.

De oude meesters waren in de achttiende eeuw nog niet vertegenwoordigd in de collectie van de Academie. Deze werken kwamen pas door de loop van de geschiedenis in de handen van de Academie. Onder het Franse bewind in 1796 werden de kunstwerken uit kerken en kloosters samengebracht in de voormalige Duinenabdij aan de Brugse Potterierei. Later in 1803-1804 werd een groot aantal van deze werken overgebracht naar het stadhuis van Brugge. Enkele belangrijke stukken,  zoals de Madonna met kanunnik Joris van der Paele van Jan van Eyck, het Moreel-triptiek van Hans Memling en het Oordeel van Cambyses van Gerard David, werden toen meegenomen naar Parijs. Deze stukken werden in 1816 teruggebracht naar Brugge en toevertrouwd aan de Academie. Daar kwam in 1827 en 1828 nog een groep schilderijen uit het stadhuis bij, waaronder De dood van Maria van Hugo van der Goes, De doop van Christus, Gerard David en het Laatste oordeel van Jan Provoost. Hierdoor werd de kern van de collectie met de Vlaamse Primitieven van het huidige Groeningemuseum gevormd.



Links: de Bogaerdenschool
Rechts: leslokaal met gipsmodellen

De collectie van de stad Brugge is in de loop van de tijd steeds aangegroeid door aankopen en legaten. De belangrijkste schenkingen in de negentiende eeuw zijn die van John Steinmetz in 1864 en van Charles Van Lede in 1875. De verzameling van John Steinmetz, bestond uit 14.000 werken op papier van duizend verschillende kunstenaars en vormde de basis voor het prentenkabinet van de Brugse musea. Van Lede liet 45 schilderijen uit de 18de en 19de eeuw aan de stad Brugge na.

Daarnaast werd in 1865 de Société Archéologique opgericht. Deze vereniging stelde zich tot doel een collectie voorwerpen die van belang zijn voor het Vlaamse en Brugse verleden te verzamelen. Uit deze collectie werd in 1905 het Gruuthusemuseum in Brugge ingericht. Vijftig jaar later werden de collecties van het Gruuthuse en het de Société Archéologique overgedragen aan de stad Brugge, waaronder enkele belangrijke schilderijen van oude meesters.

De collectie van de stad Brugge groeide echter vooral door de vele aankopen van de vereniging Vrienden van de Brugse Musea. Deze vereniging – die werd opgericht naar aanleiding van de succesvolle tentoonstelling Les primitifs flamands (1902) die de herwaardering van de Vlaamse Primitieven betekende – voerde een actief verwervingsbeleid. Het lukte deze vereniging om onder het voorzittersschap van Baron Kervyn van Lettenhove in een periode van elf jaren 45 werken voor de collectie aan te kopen. Deze actieve houding van de vriendenvereniging ging niet ongemerkt voorbij en leidde tot een aantal belangrijke legaten en schenkingen. De belangrijkste zijn die van, mevrouw Charles Van der Beeck-Bouvy (1904), staatsminister Auguste Beernaert (1913), baron Edouard Houtart (1926), en Frank Brangwyn (1927-1936).

Deze laatste schenking vormt een belangrijke kern van de collectie van de stad Brugge. De Brits-Brugse kunstenaar Frank Brangwyn deed twee grote schenkingen. Zo kwamen er etsen, litho’s, houtsnedes, tekeningen en olieverf- en waterverfschilderijen van zijn hand evenals tapijten en diverse meubelen naar zijn ontwerp in de collectie van de stad. Brangwyn stelde bij zijn schenking vast dat zijn kunstwerken in het Arentshuis zouden worden getoond, zoals dat nog steeds het geval is.

De collectie hedendaagse kunst werd daarnaast aan het einde van de negentiende en begin van de twintigste eeuw aangevuld met schenkingen van oud-studenten van de Academie en met aankopen die werden gedaan op de Brugse tentoonstellingen van hedendaagse kunst.  
Het Groeningemuseum voert nog steeds een actief aankoop- en verwervingsbeleid. Enkele belangrijke recente aankopen zijn Icône - Portret van Eugène Demolder van James Ensor, de Heilige familie met Johannes de Doper van Ambrosius Benson en recent de Ieper-madonna een kopie naar een verloren gegaan werk van Jan van Eyck.


 
 
Groeningemuseum (ingang aan de Dijver)

Omdat de Bogaerdenschool niet voldeed als tentoonstellingsruimte werd in 1929-1930 het Groeningemuseum naar ontwerp van Joseph Viérin gebouwd. Dit museum moest onderdak gaan bieden aan de verspreid geraakte kunstwerken. De collectie oude kunst werd dus weer samengebracht met de collectie moderne kunst.

Sinds de opening is het museum in twee fasen uitgebreid. In 1982-1983 werd er een tweede galerij kabinetten aan het museum toegevoegd om het ruimtegebrek te ondervangen en in 1994 werd het museum verbonden met een aanpalend neogotisch gebouw, de zgn. Xaveriusvleugel. De moderne museale fase begint echter niet zozeer met de opening van het Groeningemuseum in 1930 maar met de aanstelling in 1954 van de eerste voltijds en wetenschappelijk gevormde directeur Aquilin Janssens de Bisthoven.






Museuminterieur na de renovatie

Bij de recente herstructuring (2000) werd het Groeningemuseum samen met het Arentshuis (incluis de Brangwyncollectie en het Prentenkabinet) en het Forum+ ondergebracht in één museumgroep. In de winter van 2001-2002 werd het Groeningemuseum volledig opnieuw ingericht. De ingang van het museum werd toen verplaatst naar de Xaveriusvleugel, die nu niet langer meer wordt gebruikt als expositieruimte. Het resultaat is een lichte en ruimtelijke inrichting, een eigentijds kader voor oude en hedendaagse kunst.


 
Onze website maakt gebruik van cookies om uw taalkeuze te registreren, de vlotte werking van onze website te garanderen en om anonieme statistieken bij te houden via Google Analytics.